Hees van ‘De Kuip’

Het was geweldig !

Ruim 7 maanden had ik me verheugd op dit concert en het was de moeite van het wachten waard. Alle bekende nummers kwamen voorbij en het publiek smulde.

Een vol stadion, een leuke ontspannen sfeer, de band die zichtbaar plezier had in het spelen van de ons zo bekende nummers.

Ernst, Henny, Jan en Jan, dank jullie wel voor het fantastische concert. En zoals je zelf al zei Henny, beloof maar niet meer dat het de laatste keer is. Wat mij betreft mogen er nog vele concerten volgen. Ik zal er in ieder geval weer bij zijn, en ik denk velen met mij.

13 July 2008
By on 10:29
Weer thuis

De ernst van de hele situatie werd mij eenmaal thuis, nog duidelijker. Vrijdagmorgen rond een uur of acht was ik thuis. Ik heb die dag samen met mijn moeder een poos geslapen. De windbuks werd op mijn verzoek uit het zicht gezet. Er kwam visite. Familie, buren en kennissen kwamen langs en brachten cadeautjes mee. Wanneer ik naar buiten wilde moest ik bij huis blijven. Het was een rare ervaring om zo in de belangstelling te staan. In principe kon en mocht alles. De meeste visite kwam op zaterdag. Omdat ik misselijk bleef werd de huisarts er bij geroepen en hij vroeg mij of ik niet naar mijn vriendjes en vriendinnetjes in het ziekenhuis wilde. Dat wilde ik niet en ik mocht thuisblijven. Een paar dagen later was ik weer beter.

Na een week thuis te zijn geweest gingen we weer naar school. De gijzeling was nog niet afgelopen en vier leraren bevonden zich nog steeds in de school. We kregen halve dagen les maar in mijn beleving was het niet echt les maar meer het doen van leuke dingen. Ik woonde in het buitengebied en werd elke dag met een bus van huis gehaald en ook weer teruggebracht. Elke dag werd de school doorzocht door de ME. Eenmaal was dat niet op een juiste manier gedaan en werden we zonder pardon terug naar huis gebracht. Toen we buiten stonden te wachten liet één van de kinderen een kogel zien die hij gevonden had in de school. De kogel werd door de ME in beslag genomen.

Op zaterdag 11 juni gaven de kapers van de school zich over nadat de school was aangevallen met een tank. Ik kan mij herinneren dat mijn ouders mij wakker maakten om te vertellen dat het voorbij was. Op tv waren beelden van de bestorming te zien. Tegelijkertijd met het bestormen van de school werd ook de trein bestormd. Angstaanjagend vond ik de beschieting van de trein en de straaljagers die over de trein vlogen. Twee gegijzelden en zes kapers kwamen bij de bevrijding om het leven.

Tot aan de zomervakantie gingen we halve dagen naar school. De school werd afgebroken en men bouwde een nieuwe school op een andere plaats in het dorp. Na de vakantie gingen we voor een half jaar per bus naar een noodschool in Assen. Na de kerstvakantie konden we weer in het dorp naar school. In de klas werd er niet meer over de gijzeling gesproken.

20 October 2006
By on 13:13
De gijzeling

Als kind mocht ik graag naar school gaan. Rekenen vond ik geweldig. Ik kan mij herinneren dat ik halverwege de eerste klas het rekenboek uit had, en mij met de leerstof van de tweede klas mocht bezighouden. Geweldig vond ik dat. De eerste jaren op de lagere school waren een onbezorgde tijd. Aan het eind van de vijfde klas kwam aan deze onbezorgde tijd een einde door een vrij ingrijpende gebeurtenis.

Tijdens de jaren zeventig werd Nederland opgeschrikt door terreurakties van Zuidmolukse jongeren. Wie herinnert zich niet de treinkaping bij Wijster. De treinkaping in Wijster was in december 1975 en kreeg ik bewust mee. We volgden het nieuws op radio en tv. Verschrikkelijk vonden wij het. Tijdens deze aktie werden de machinist en twee passagiers omgebracht. Anderhalf jaar later vonden er opnieuw twee akties plaats. Op 23 mei 1977 kaapten 9 Zuidmolukkers de intercity Assen-Groningen ter hoogte van De Punt. Tegelijkertijd gijzelden 4 Zuidmolukkers de openbare lagere school in Bovensmilde.

We zaten die maandagochtend met zijn allen in een kring om over het weekend te praten. Toen ik tijdens het kringgesprek naar buiten keek, had ik ze al zien lopen. Niets vreemds aan want in ons dorp woonden veel Molukkers en onze school stond vlak naast het Molukse gedeelte van het dorp. Enige tijd later kwam één van de Molukkers ons klaslokaal binnen. Hij had een pistool in zijn handen en vertelde ons dat we mee moesten komen naar de aula. Onze leraar vroeg wat er aan de hand was maar de reactie van de Molukker deed mij beseffen dat er iets heel raars aan de hand was. Toen we in de aula kwamen bleek dat alle leerlingen daar aanwezig waren. We mochten niet naar huis en de leraren hebben hun best gedaan om ons bezig te houden.

Ik was bang en voelde me alleen. Huilen deed ik niet en voor mijn gevoel beleefde ik het als een soort film. Het waren vier lange dagen waarvan ik mij veel dingen kan herinneren. Het liggen op de grond als er buiten de school iets aan de hand was, het dichtplakken van de ramen met krantenpapier, de eerste politieauto die voorzichtig richting de school reed en op veilige afstand bleef staan, het slapen op een deken op de koude vloer, het eerste nieuwsbericht op de radio waarin we hoorden dat er ook een trein gekaapt was, de kinderen die ziek werden en weg mochten, het zingen omdat er twee kinderen jarig waren, het moment dat we ons moesten wassen en eindelijk schoon ondergoed kregen, de appel die we kregen na deze wasbeurt, de laatste nacht slapen op een luchtbed, het niet naar de wc durven gaan omdat ik dan langs de bezetters moest lopen en het roepen vanuit het raam van de school.

Vooral het laatste kan ik mij heel goed herinneren. Ons werd verteld dat we door dat roepen misschien wel eerder naar huis mochten. ‘Van Agt, wij willen leven!’. Lang heb ik deze tekst niet meer over mijn lippen kunnen krijgen, toen riepen we het vol overgave. Nog steeds kan ik heel slecht naar beelden van dit moment kijken. Ook herinner ik mij dat we met een bus naar Schiphol zouden gaan en dat we zouden gaan vliegen. Eén van de bezetters liet ons een handgranaat zien waarmee ze de hele school konden opblazen. Wanneer we de bezetters vroegen wanneer we naar huis mochten konden ze ons daar geen antwoord op geven.

Van de vier bezetters kan ik mij drie heel goed herinneren. De in mijn ogen leider van het viertal had een kaalgeschoren hoofd. In het midden had hij een soort korte hanenkam laten staan. De tweede die ik mij goed kan herinneren had lang haar en hij had een soort band gekregen met één van de kinderen. Hij las haar voor en ik zie haar nog bij hem op schoot zitten. Ook maakte hij tekeningen voor de kinderen die jarig waren. De andere twee kan ik mij minder goed herinneren wel weet ik dat één van deze twee vrij nors was. Tijdens de laatste nacht sliepen we op luchtbedden maar ik was tijdens mijn slaap van het luchtbed gerold en durfde daar niet meer op te gaan liggen. Ik was bang. Bang voor een reactie. Er was rumoer in de school maar liggend op de grond in het donker wist ik niet wat er aan de hand was. Wel wist ik dat het raam openstond en dat de Molukker die bij ons in het lokaal was, de loop van het geweer naar buiten gericht had. Bij het heen en weer lopen hoorde ik een aantal kogels op de grond vallen. Achteraf werden op dat moment de zieke kinderen per ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis. Hoe lang dit geduurd heeft weet ik niet. Zomaar uit het niets kwam één van de leraren het lokaal binnen en begon ons wakker te maken om te vertellen dat we naar huis mochten. In groepjes, sommige gehuld in dekens, liepen we naar de klaarstaande bus. De chauffeur zat met zijn handen omhoog achter het stuur. Vlak voordat ik naar buiten stapte werd ik door de Molukker met de hanekam nog even bij mijn hand gepakt. Uiteindelijk mocht ik ook richting de bus lopen. Toen alle kinderen in de bus zaten en ook onze leraar instapte, zwaaiden we naar de bezetters en de leraren, wij gingen eindelijk naar huis.

We reden om de kleuterschool en op de hoek bij de Molukse wijk zag ik Molukse vrouwen met gekleurde doekjes naar ons zwaaien. Zij waren ook blij dat wij naar huis mochten. We werden naar het opvangcentrum bij de kerk gebracht. Daar werden we onderzocht door een arts en kregen we appelsap te drinken. Toen was het wachten totdat je naam genoemd werd en je naar je ouders mocht. Een aantal kinderen begonnen over te geven en zij werden alsnog op een brancard gelegd en naar het ziekenhuis gebracht. Van het drinken van de appelsap werd ik misselijk en ik moest ook overgeven. Maar ik wilde zo graag naar huis dat ik probeerde om het binnen te houden. Gelukkig lukte dat en kon ik met mijn ouders naar huis. De arts hoorde ik met mijn moeder praten, iets over beschuiten, de arm van mijn vader om mijn schouders tijdens het naar de auto lopen gaf me een veilig gevoel. Thuisgekomen stonden mijn broers en een tante te wachten bij de garagedeur. Zonder iets te zeggen ben ik naar binnen gelopen. Het eerste wat ik heb gedaan toen ik thuis was, was overgeven.

18 October 2006
By on 18:22
Terug naar het verleden

Daar sta je dan. Na 18 trouwe dienstjaren mag je gaan bedenken wat je nu wilt gaan doen. Vanuit de werkgever werd er aangeboden dat men mij er wel bij wilde helpen. Vanuit een baan was het immers makkelijker om een nieuwe baan te vinden. Een mooi aanbod maar erg veel vertrouwen had ik daar op dat moment niet in. Een outplacements-traject wilde ik wel ingaan maar dan wel met een extern bureau. De werkgever was bereid om dit te betalen.

Zelf heb ik een outplacementsbureau gezocht, een oudcollega. Vele gesprekken volgden. Hij kende de klappen van de zweep, hij had het immers zelf ook meegemaakt en kende ook verhalen van nogmeer oudcollega’s. Ik heb veel aan deze gesprekken gehad. Uiteindelijk koos ik voor zelfstandig ondernemer en op 29 maart 2006, mijn veertigste verjaardag, was de inschrijving bij de Kamer van Koophandel een feit. Het is inmiddels een jaar later en ben druk met het opzetten van mijn eigen bedrijf. De eerste cliënten zijn een feit. Alhoewel ik mij besef dat ik er nog lang niet ben, ik heb er een tevreden gevoel over.

In het afgelopen jaar sprak ik een aantal oud-collega’s. Elke dag doet mij meer beseffen dat de dag van slecht nieuws misschien wel de beste dag van het jaar 2005 of misschien zelfs wel van de laatste jaren is geweest. Het klinkt heel gek als ik dit zo opschrijf maar het ontslag heeft meer in mij los gemaakt dan mij lief is. Misschien was dit wel het keerpunt in mijn leven. Dat klinkt zwaar maar wanneer ik terugkijk dan zie ik een aaneenschakeling van gebeurtenissen. De onbezorgde kindertijd waar plotsklaps een einde aan kwam door een traumatische ervaring. Het puberen en het volwassen worden. Eindelijk van school en aan het werk. Sparen voor en dromen van een eigen plek. Nog voor het bereiken van dit doel werden we thuis getroffen door ziekte. De twee jaar die volgden waren verre weg van leuk. Angst, spanning, hoop en verdriet. Verdriet om te weten dat je één van je ouders moet gaan missen en de manier hoe wij maar vooral zij dit heeft moet ondergaan. Heel snel wisten we dat er geen hoop meer was. Uiteindelijk stierf mijn moeder anderhalf jaar later. Twee jaar daarna verliet ik het ouderlijk huis.

Het verlaten van het ouderlijk huis had ik mij anders voorgesteld. Waar ik al even naar uitkeek gebeurde, maar dan nu wel als een soort vlucht. Na anderhalf jaar kocht ik mij een woning in een andere plaats en stortte me volledig op mijn werk. Zo vlogen de jaren om totdat het de dag der dagen werd.

Was het dan alleen maar ellende ?  Nee natuurlijk niet ! Er zijn heel veel belevenissen en gebeurtenissen waar ik met veel plezier aan terug denk. Laatst hoorde ik een liedje van de CD Molenbeekstraat van Ernst Jansz, ja die van Doe Maar,  en de tekst in één van zijn nummers vind ik heel erg toepasselijk voor de gebeurtenissen in mijn leven.

er kunnen stormen zijn
tegenslag en pijn
en angst voor wat er komen zal
maar er zullen altijd weer ontelbaar mooie dingen zijn

16 October 2006
By on 18:10
Van workaholic naar werkloos

Hoe vaak ik inmiddels met mijn backspace toets de tekst heb gewist die ik hier neer wilde zetten weet ik niet meer. Er zijn mensen die bepaalde gebeurtenissen prachtig kunnen beschrijven en omschrijven. Zo’n kunstenaar zal ik helaas nooit worden. Toch ga ik proberen mijn eigen verhaal hier neer te zetten.

Het afgelopen jaar was een heftig jaar. Van workaholic naar werkloos. Totaal onverwachts moeten horen dat er geen plaats meer is in het bedrijf waar je werkt en dat je maar naar iets anders moet gaan uitkijken. Stel je voor dat je de laatste jaren keihard hebt gewerkt. Lange werkdagen en veel uren draaien, door de week maar ook tijdens het weekend. Dit alles dan ook nog eens onder tijdsdruk. Overuren en stress horen nu eenmaal bij het beroep waar ik jaren geleden voor koos. Maar het plezier wat ik in mijn werk had woog op dat moment niet op tegen de vele nadelen. Wanneer je veel werkt kom je eenvoudig weg niet toe aan andere dingen en dat heb ik geweten !

In augustus 2005, net na de vakantie die overigens ook als shit was vanwege het weer, werd mij in een beoordelingsgesprek meegedeeld dat ik op zoek moest gaan naar een nieuwe baan. Over hoe lang ik daar nog zou kunnen werken daar deed men in eerste instantie vaag over. Verdoofd heb ik het gesprek aangehoord en ben na het gesprek naar huis gegaan. De eerste dagen drong het eigenlijk niet goed tot mij door. De volgende dag was ik gewoon weer op het werk en probeerde zo goed en zo kwaad als het ging mijn werk te doen. In het gesprek was mij meegedeeld dat ik er niet over mocht spreken met mijn collega’s. Dat deed ik dan ook maar niet maar naar mate de dagen voorbij gingen begon de verdoofde toestand langzamerhand te verdwijnen en kwamen er allerlei gevoelens naar boven. Ongeveer twee weken later kreeg ik een emailtje van één van de directieleden dat mijn beoordeling afgerond moest worden en ik een reactie moest geven op hetgeen wat zij over mij hadden geschreven. Deze reactie gaf ik de dag erna. Nog dezelfde dag kreeg ik een bevestigingsemail dat de beoordeling was afgerond. Op mijn reactie volgde echter een nieuwe reactie van één van de directieleden. Deze laatste reactie deed mij uit mijn verdoofde toestand komen en het tijdbommetje, wat diep van binnen aan het tikken was, ging in volle hevigheid af. Diezelfde dag vertrok ik om half 6 richting huis. Achteraf gezien was dit de laatste dag dat ik er had gewerkt. In het weekend kwamen alle emoties los. De maandag erop melde ik mij ziek en bezocht mijn huisarts en nam contact op met de arbo-arts. Twee weken rust was het adviesvan de laatste en daarna moest ik maar zien. Vanuit het werk poogden ze tijdens deze ‘rustperiode’ een afspraak te maken voor een vervolggesprek maar ik voelde mij niet sterk genoeg daarvoor. De sfeer tijdens dit telefoontje was dusdanig dat ik besloot om het niet zelf af te gaan handelen. Ik maakte een afspraak met een advocate en vroeg haar of zij mijn zaken wilde behartigen. Achteraf gezien is dit de enige en juiste beslissing geweest.

Eind oktober waren ze er eindelijk uit. Het arbeidscontract zou per 1 maart 2006 worden beëindigd. Hulde aan de advocaat, ik had het niet beter kunnen doen.

15 October 2006
By on 17:07
Doe Maar

DoemaarBegin jaren tachtig waren ze er opeens: Doe Maar. En ja ik was een Doe Maar fan. Alle liedjes kon ik meezingen. Ik had buttons, posters, de lpx92s, t-shirt etc.
Het liefst draaide ik mijn lpx92s zo hard mogelijk terwijl ik zelf meebrulde. En ja ik was ook verliefd. Ernst Jansz dat was het helemaal.  )

In mijn examenjaar, ik was inmiddels 17, ging ik vlak voor de examens samen met een vriendin naar het concert in Groningen. We kwamen heel laat binnen maar we hadden geluk. Binnen no-time stonden wij vooraan. Recht tegen over Ernst Jansz. Nuchtere Drenties tussen flauwvallende medebezoekers. We hadden de mazzel dat wij gewoon warm hadden gegeten x92s avonds en zij waarschijnlijk al uren stonden te bikkelen. Het concert zal ik nooit vergeten.
24476_1 Ik was in die tijd natuurlijk geabonneerd op de popfoto en ik had een oproep gelezen van de Doe Maar bandleden. Ze waren van plan een boek te maken over Doe Maar en wilden graag reactie van fans in het boek plaatsen. Dat liet ik mij geen twee keer zeggen. Tussen het blokken voor de examens stuurde ik mijn reactie en krantenknipsels op. Ik deed examen en toen kon het wachten beginnen. Geloof het of niet, maar op de dag dat ik uitslag kreeg of ik geslaagd was, gleed er ook een postpakketje door de brievenbus. In het pakketje zat een exemplaar van het Doe Maar boek.
Als dank voor mijn reactie, welke nog geplaatst was ook, ontving ik een exemplaar.
Nadat ik ook nog had gehoord dat ik geslaagd was kon mijn dag niet meer stuk. Een bittere pil was het om te moeten horen dat ze uit elkaar gingen. Ja, hier ook tranen. Je was fan, dus je idool was je alles.

Jaren later ben ik samen met dezelfde vriendin naar de concerten in Ahoy geweest. Dankzij een tip van een collega wist ik dat ze xe9xe9n nummer zouden zingen op een tweede podium. Daar zijn we met zijn tweetjes gaan staan. En we hadden geluk. Nog eenmaal terug naar de tijd, zo dichtbij, zo onwerkelijk waar. Een klein foutje was wel dat we nu tegenover Henny stonden maar dat mocht de pret niet drukken. Tijdens het nummer knepen we elkaar eens in de arm. Is dit echt ? Ja, dit was echt. Voor ons een dierbare herinnering. Binnenkort de Theaterversie en ik denk dat als het even kan, dat we daar ook weer bij zullen zijn. Doe Maar een dierbare herinnering. De muziek is nog steeds goed en wordt regelmatig gedraaid.

6 October 2006
By on 20:05